Koude Oorlog

januari 9, 2009

null

JONGENS. Wat is dit? Alles is wit. De bomen, de daken, de auto’s en zelfs de spinnenwebben zijn opeens angstaanjagend vreemd zichtbaar geworden (ik kan nu tenminste duidelijk zien hoe laag ik moet bukken als ik gewoon onschuldig met mijn fiets aan de hand door de poort loop – ik bedoel, tijger).
Wat een saaie bedoening, zeg. Alleen maar wit, overal waar ik kijk, elke keer als ik mijn ogen dicht en weer hoopvol open doe. Hoor eens, allemaal mooi en aardig, maar moet ik het soms zelf weer inkleuren?

Jemig, hé. Wat is er gebeurd met al dat mooie water, wat wij in Nederland allemaal horen te vrezen? Nou, zo blijft er niets te vrezen over: ’t is allemaal in één groot, onvriendelijk blok ijs veranderd. Daar gaat je alle-eendjes-zwemmen-in-het-water-mentaliteit, die je op de kleuterschool zo vroeg mogelijk kreeg aangeleerd. Hoe kunnen we nu weten of al die gruwelijke zwemlessen van toen geholpen hebben, als we het nu niet eens in het echte, robuuste leven kunnen bewijzen?
Hoe lang gaat dit nog duren? Moet ik wachten tot ik een ons weeg, of het soms zelf ontdooien?

En het kan aan mij liggen, maar kan het alsjeblieft even iets minder met die tergende kou? Ik kom net terug van een warm eiland met een hoog van-het-zwembad-op-je-handdoek-rol-niveau. Even een beetje dimmen, ja. Ik kan nauwelijks één stap buiten de deur zetten of ik kom gewoon niet meer verder: ik vries spontaan vast aan alles wat wordt blootgesteld aan de minimaal min twee.
Kan dat ook even een potje minder? Of moet ik het hier soms zelf opwarmen?

Ik weet ook heus wel dat het niet verstandig is om midden in de winter naar Tenerife te gaan, de eisen die ik nu stel zijn praktisch onhaalbaar. Maar ik wil gewoon even geen commentaar: het is (afgr)IJSELIJK koud. Ik wil niets horen, van niemand, niet van Elfstedentochtliefhebbers (die nu toch wel de tijd van hun leven moeten hebben) tot klimaatbetwisters (hoezo, ‘de aarde warmt op’? Ik merk er helemaal niets van!).

Laat me maar even. Ik voer gewoon mijn eigen Koude Oorlog.
En ik hoop dat ik hem overleef.

Weer of geen weer?

oktober 24, 2008

Misschien is dit een heel afgezaagd onderwerp, maar ik wil het er toch nog eens over hebben: het weer. Ik weet het, niet bijster origineel, maar – ho. Wacht nou eens even. Waarvoor zit ik die excuses nu eigenlijk te maken? Waarom beschouwen we ‘het weer’ hier eigenlijk als het gevreesde onderwerp, dat alleen ter sprake komt als er een onhandige stilte valt? Of dat handig van pas komt bij de mensen die je eigenlijk niet mag, maar die je ook niet straal kunt negeren? Of dat misschien die vrijwel mislukte date toch nog ietsje minder pijnlijk kan maken (of juist niet)?

Niemand kan ontkennen dat het in de bovengenoemde situaties wel heel erg van pas komt, maar je kunt mij ook niet wijsmaken dat je het er anders nooit over hebt.

Nee, wij Nederlanders praten nergens anders meer over, al eeuwenlang. En geef ze eens ongelijk. Het weer vraagt er ook gewoon om.

Het slaat toch ook helemaal nergens op?

Neem nou gisteren, bijvoorbeeld. Nadat mijn wekker heel bruut was afgegaan, opende ik moeizaam mijn ogen, waarna ik de deken met een groot gebrek aan energie van me af sloeg. Ik strompelde voetje voor voetje naar mijn raam en opende voorzichtig de gordijnen… Goeiemorgen! Verblind door de felle stralen zonlicht, maar ook aangemoedigd door de welkome warmte, gooi ik mijn gordijnen verder open. Dit is fantastisch! Een stralende zon. Een ongelofelijk strakblauwe lucht. Geen wolkje te zien. Vrolijke, luid kwinkelerende vogeltjes. Het is schitterend.

De volgende dag stap ik, een stuk kwieker dan de vorige ochtend en met hernieuwde krachten, mijn bed uit. Vol goeie moed gooi ik de gordijnen open en… Nope. Vergeet het maar. Wolken. Wolken, overal waar ik kijk. Niet te grijs, ook. En vooral die regen! Onvriendelijk, bijna dreigend, beukt het onophoudelijk tegen het raam. Ik voel die gure kou nu al. Brr. Oh, bittere duisternis.

Zie je wel? Valt geen touw aan vast te knopen. Dus bij dezen, lieve mensen, wil ik voorstellen ‘het weer’ juist als hét onderwerp van de dag om te dopen. Val in elkaars armen, huil uit op elkaars schouders en vooral: gooi het eruit!

We weten hoe het voelt.

Na regen komt…

april 8, 2008

…Nog veel meer regen. En als ze dan toch net zo lekker bezig zijn, gooien ze er vaak nog een fikse hagelbui achteraan. Of sneeuw, als ze daar toevallig nog een voorraadje van hebben liggen. Heerlijk. Fronsend staar ik naar buiten, zittend op mijn comfortabele bureaustoel, in mijn aangenaam warme kamer, met een dampende kop thee in mijn handen. Ik heb er nu al zin in. Waarom koelt die thee niet wat sneller af? Ik kan bijna niet wachten!

Mix één gefrustreerde bui met een vleugje ironie en daar heb je het: sarcasme. Bakken vol. Met zulk weer barst ik ervan.

Nog geen tien minuten later zit ik rillend op de fiets. Bij elke hardere windvlaag schurk ik me dieper in mijn kraag. Elke druppel lijkt zich steeds gemakkelijker door mijn kleding heen te dringen. Om nog maar te zwijgen over die smerige kou. Brr.
‘Ach mens, stel je niet zo aan.’
Ik kan het ze bijna horen denken. Kunnen die gozers geen andere hobby zoeken? Kunnen ze niet wat vaker naar hun zonnige vrind stappen, er een compromis mee sluiten, of er even een ernstig woordje mee wisselen? Ik dacht dat ik koppig was, maar de zon kan er ook wat van. Hangt daar al miljarden jaren in de lucht. Maar schijnen, ho maar. Je denkt toch zeker niet dat ie z’n tijd gaat verspillen aan die paar honderd vierkante kilometer? Ben je mal. Maar hele continenten zijn dan weer geen probleem.

In principe kan ik er nog wel mee leven. Ik bedoel, dat de zon blijkbaar iets tegen ons heeft en dat die weergoden te bedonderd zijn om er iets van te zeggen, dat is toch nog daaraan toe. …Ja, en hier komt de ‘maar’: waarom dan altijd dinsdag?

Elke dinsdag is het weer zover. Ik kleed me om, doe mijn haar, loop hoopvol, terwijl ik heel zachtjes een smeekbede prevel mijn kamer in en… Twee seconde later ben ik weer een illusie armer en een teleurstelling rijker. De regen beukt tegen de ramen, de wind giert door de bomen en boven mijn hoofd vormt zich ondertussen een flinke donderwolk. Het is ook altijd hetzelfde, valse liedje. Weer dat hele roteind naar dansen, door de plenzende regen. En als de weergoden een goeie bui hebben, zit er misschien hier en daar ook nog een vlokje sneeuw tussen. Koukleumend heen, klappertandend weer terug. Elke vervloekte dinsdag weer.

Dat stelletje ongeregeld daarboven mag van mij heel gauw even een puntje in de agenda wijzigen.

‘N.B. bestellen voor komende dinsdag: een zacht briesje, een vleugje warmte, met een topping van onophoudelijk, warme zonneschijn.’

Juist. En snel ’n beetje.