Apply some pressure

augustus 11, 2008

Gisteravond was het dan eindelijk zover. Dagen had ik er al naar uitgekeken, weken, maanden. Het Maxïmo Park-concert.

Om kwart voor acht (een kwartier te laat), begon het voorprogramma. Eerst was ik blij, verheugd. Eindelijk begon het dan echt, eindelijk ging iedereen staan, eindelijk! De lichten in de zaal werden gedimd, het geroezemoes verstomde. Verwachtingsvol staarde iedereen naar het podium…

Een man met een oenig brilletje en een misplaatst houthakkersshirt kwam het podium oplopen. Ik keek naar de linkerkant van het podium, er vanuit gaand dat de rest van de bandleden er zo wel achteraan zouden komen, maar deze man was de enige. Ja, voor nu misschien, dacht ik schouderophalend. Hij zou gewoon beginnen en dan zouden de rest van de bandleden straks met veel kabaal en een hoop circus plotseling uit het niets verschijnen. Ja. Geweldig! Wie bedenkt er nou zoiets? Dat is dé perfecte afleiding voor eventuele sporen van ongeduldigheid.

Toen het laatste akkoord van het (overigens uiterst rustige) eerste nummer door de zaal galmde (hoewel het daarvoor eigenlijk niet hard genoeg klonk), schoten er weer een duizend paar ogen naar links. Waar bleven die bandleden toch?

Tot ieders verbazing mompelde de volstrekt onopvallende man iets in het Engels wat leek op dat ‘het volgende nummer zus en zo heette’ (volstrekt onverstaanbaar was ie ook nog, ja). Wat? Hoe bedoel je ‘het volgende nummer’? Kwamen de bandleden deze arme man niet helpen? Was er dan niemand in de zaal die een poging ging doen om hem te redden? Was er dan niemand dapper genoeg?

Blijkbaar niet. De man bleef hardnekkig in de microfoon kwelen, terwijl hij zachtjes over de snaren streek. Nee, aaide. Was dit soms een grapje? Dit konden ze toch niet menen? Was dít, God sta ons bij, het voorprogramma? Ik ben al velen concerten afgestruind, heb al velen verschillende soorten voorprogramma’s meegemaakt. Ik heb zelfs al een keer eerder een voorprogramma gehad wat ook bestond uit één enkele jongeman. Maar die zag er tenminste niet uit of ie, meer dood dan levend, met z’n lippen aan de microfoon vastgeplakt zat alsof het zijn infuus was dat hem op een haartje na in leven hield. Die máákte er tenminste nog wat van, probeerde ons te vermaken, kon ons entertainen.

Deze man, daarentegen, had er overduidelijk geen kaas van gegeten. Dapper probeerde hij ons elke keer als hij even stilviel er weer van te overtuigen dat er een nieuw nummer aankwam, maar ik was er eigenlijk meer van overtuigd dat hij één en hetzelfde, lange, saaie nummer steeds maar onderbrak om het geheel (als dat er was) nog een beetje vorm te geven. Het leek wel alsof ie steeds hetzelfde speelde en ik steeds luisterde naar eenzelfde aanéénschakeling van terneergeslagen gebrabbel, zijn ogen gesloten alsof hij zijn uiterste best deed om het zo mooi (lees: gedeprimeerd) mogelijk te maken, maar hoe harder hij zijn ogen dichtkneep, hoe harder ik moest proberen een ongegeneerde geeuw te onderdrukken.

Ik vond mezelf daarom nog best een aardig publiek. De rest van de zaal klapte weliswaar beleefd na elk ‘nummer’, maar terwijl hij depressief in zijn microfoon jeremieerde, blafte iedereen er gewoon asociaal doorheen. Niet zo gek, ook. In plaats van dat ik uit mijn dak stond te gaan in deze legendarische rocktempel, probeerde ik me slaperig kostte wat het kostte op zijn teksten te concentreren. Het enige wat ik echter deed was flarden van gesprekken opvangen die nog interessanter waren dan het kattengejank van deze eeuwenoude mummie.

Toen het plotseling weer helemaal stil was (niet dat iemand dat had gemerkt), kondigde hij levenloos aan dat ‘this the first song on the album’ was. Pardon? Zag je duizend gezichten vol walging uitdrukken, er bestaat een heel album van deze ongein? God save us all. En opeens, helemaal uit het niets, begon ie op zijn gitaar te rammen, alsof er iets in hem is dat knapte (een uiltje, misschien?). Even dacht ik dat ie het licht had gezien, dat deze ‘song’ de avond voor hem nog zou kunnen redden, maar nog geen twee seconde later begon ik weer te knikkebollen. Het was zeker een schijnbeweging, want langzaam maar zeker pijnigde het neerslachtige gejengel mijn oren weer onophoudelijk. Oh, meedogenloosheid.

Terwijl de zaal steeds rumoeriger werd bij elk zogenaamd nummer dat deze dooie pier aankondigde, begon hijzelf op een gegeven moment ook te merken dat niemand zijn teksten kende en hij, pijnlijk genoeg, overduidelijk wel de laatste persoon op aarde was van wie wij überhaupt ooit teksten mee zouden wíllen zingen. Toen hij zijn ogen weer opende, het publiek uit medeleven een soort applaus-in-wording liet horen en er wat sarcastisch gefluit en gejoel klonk, zei hij opeens:

‘This song is very special and it’s the most beautiful when you’re very, very quiet. But feel free to keep on talking on this very loud volume.’

Verschillende monden vielen open van verbazing. Ogen schoten verontwaardigd naar het podium. Wát? Ik begon furieus zwaarder te ademen. Wát zei hij? Hij probeert zijn ongetwijfeld verschrikkelijke leven gedeprimeerd met ons te delen en dan hebben wij het zeker gedaan? Hij zit de show hier een beetje kannibalistisch te vergallen en dan is het zeker onze schuld? Hij weet de naam van deze prachttent te bezoedelen en dan denkt ie dat ie daar ongestraft mee weg kan komen?

Gelukkig waren wij in ieder geval niet degene die voor paal stonden.
Dat scheelt.

null

Oorverdovende herrie. Een op elkaar gepropte mensenmassa. Weer een golf klef bier over je jurkje. Klinkt niet echt bepaald aantrekkelijk en al helemaal niet als één van de gezelligste avonden die je je kunt bedenken. Je moet er ook wel van houden. Als je niet bestand tegen de dingen die ik zonet noemde, kun je maar beter blijven hangen op die bank van je.

Tenzij de bovenstaande dingen je natuurlijk als muziek in de oren klinken (ik word ook steeds beter in woordgrappen), tenzij je natuurlijk graag naar concerten en festivals gaat, of van plan bent er binnenkort één te bezoeken.

Als dat zo is, dan is London Calling een echte absolute aanrader. Tegenwoordig kijken gelukkig steeds minder mensen je aan alsof je niet helemaal goed bij je hoofd bent als je deze twee redelijk onbekende woorden uitspreekt. London Calling. Maar om de één of andere duistere reden verstaan mensen me nooit als ik zeg waar ik heen ga.
‘London Calling.’
‘Wat zeg je?’
‘Lon-don Cal-ling.’
‘Wat, huh?’
‘LONDON CALLING!’
Jezus, moet ik het soms met een megafoon in je oor tetteren? Ik kan ook niet helpen dat het zo heet. Ja, inderdaad, het is heet echt London Calling. Ik kan er ook niets anders van maken. Het heet London Calling en het is een tweedaags muziekfestival wat elk halfjaar in Paradiso te Amsterdam gehouden wordt. Twee vrijdag – en zaterdagavonden per jaar stampen zo’n 3000 bezoekers de hele tent weer plat, gaan de glazen bier als warme broodjes over de toonbank en vliegen de ballonnen, mobieltjes en fotocamera’s je om de oren.

Niet alleen die dingen vliegen je om de oren, je moet ook goed uitkijken voor grapjassen die het nodig vinden om zich te laten meevoeren met het publiek. En als je even niet oplet, voeren ze zich mee, regelrecht in jouw gezicht. Crowdsurfen en stagediven is erg geliefd en tegelijkertijd oh zo gehaat bij het concert-bezoekende publiek van tegenwoordig. Je kunt niet rustig naar je favoriete nummer van je favoriete band luisteren, of er komt weer zo’n malloot aangesurft waardoor je gedwongen bent je hoofd uit alle macht te beschermen. Voor er weer zo’n tientonner in je nek of een naaldhak in je oog zit.
Behalve dat, loert er nog een ander gevaar om de hoek. Zeggen de woorden ‘moshpit’ en ‘pitten’ je iets? Nee? Dan zou ik maar uitkijken als ik jou was. Voor je het weet springt de voorste rij schoppend, meppend, duwend en trekkend om zich heen en dan maakt het niet uit hoe toevallig je daar staat, het is toch altijd op het verkeerde moment. Als je een zwak gestel hebt of niet meer dan 60 kilo weegt, kan ik je een wijze raad geven: riskeer je leven niet.

Waar kan ik je, als gevorderd London-Calling-ganger, nog meer op attenderen? Misschien is het wel handig om te weten dat je het gebouw beter niet meer uit kunt gaan als je eenmaal je kaartje hebt laten zien. Tenminste, als je die 21 euri niet voor niks hebt willen betalen en eventueel nog wat mee wil krijgen van de bandjes. Dan is dit een best goed advies. Hou het vast, bewaar het, knoop het in je oren en vergeet het nooit meer.
Ook een leuke bijkomstigheid: Paradiso beschikt over een groot aantal stijlvolle zwartgekleurde toiletten, met een toiletdame die waakt over een reuzeschaal met zes verschillende soorten snoepjes en niet als een aasgier met één afwijkend scheef oog naar de portemonnee in je handen loert in de hoop dat daar nog iets te halen valt. Geld geven is geheel op ‘vrijwillige basis’. De toiletten heb ik overigens pas afgelopen zaterdag ontdekt. Ik zal maar niet zeggen hoeveelste bezoek dit aan Paradiso was, want dat is niet goed voor de status van mijn haar.
Overigens is het echt niet zo gevaarlijk zoals het nu misschien klinkt. De sfeer is ook een echte tip: deze is vredelievend en harmonieus. Als je bent gevallen, helpen ze je weer overeind. Als je voor de zoveelste keer een mislukte foto hebt gemaakt, waar jouw hoofd weer voor de helft op stond, bieden de mensen zich in bosjes aan om er één voor je te maken. Als je je dapper door de menigte probeert te manoeuvreren, doen ze eerbiedig een stap opzij. Heel anders dan bij een concert van je favoriete popgroep, waar de meisjes elkaar bijna wanhopig in de haren vliegen of krijsend met hun nagels je een oog uitkrabben als ze niet één stap dichter bij hun idool kunnen komen.

Tenslotte is het ook mooi meegenomen als je van swingende gitaren, blèrende stemmen, wild geram en hier en daar een elektronische noot houdt. Hiphop is uitgesloten, soul komt nooit voor en zelfs aan jazz wordt geen enkele keer gedacht als het festival weer losbarst. Waar ik het over heb is vooral pure britpop, snoeiharde indie en knetterende electro. Indien je hebt gemerkt dat je hele gezicht zich plotseling gefronst heeft in een afkeurende, minachtende blik, raad ik je ten zeerste aan je zuurverdiende geld aan iets anders uit te geven.

Kortom: ben jij wel te porren voor een feestje, krijg jij ook kriebels van dat onverstaanbare Britse accent, smelt je niet van een beetje bier en kun je wel tegen een stootje? Dan is London Calling echt iets voor jou.