Wintertene(n)rife

januari 4, 2009

Stel je voor. Terwijl het hier in Nederland vriest dat het kraakt en je elke ochtend bijna van je fiets afwaait en regent, heb jij de keuze om een weekje van al die pure ellende te ontsnappen. Je mag naar Tenerife, waar de zon altijd schijnt, het nooit ‘kouder’ is dan twintig graden en je de hele dag in je badpak rond kunt huppelen.

Nou. Simpel toch?
Tenerife, dus.

Ik moet je alleen wel even waarschuwen: denk niet dat je dan af bent van al dat gezeur over het weer. Integendeel. Op Tenerife zijn ze nog veel erger: het is er nog vijfentwintig graden in januari, maar ondanks dat bestempelen ze het gewoon als een gure winter. Ze zijn er helemaal niets, maar dan ook niets gewend.

Goed. Laat me je even een beeld schetsen van woeste winterweer op Tenerife.

Zaterdag
‘Ladies and gentlemen, we’ll land in ten minutes. The weather on Tenerife’s nice: high temperatures and lots of sunshine. Thank you for flying with Ryanair and enjoy your stay.’
Dat is ook de reden dat jij je spontaan ontdoet van je dikke vijftal kledinglagen zodra je het vliegtuig uitrent, terwijl alle bewoners je aankijken alsof je niet helemaal goed bij je hoofd bent. Die rare Hollanders ook altijd.

Zondag
Maar het kan altijd nog erger: de tweede dag dat jij je op het zonovergoten eiland bevindt, is het nog ‘maar’ drieëntwintig graden. Waar gaat het heen met deze wereld? En belangrijker nog: waar is je sjaal?

Maandag
Beter wordt het er niet op: als je de volgende dag op de thermometer kijkt, is het nog maar eenentwintig graden. Ja, inderdaad. Trek die muts maar flink over je oren!

Dinsdag
T-twintig graden. Je wordt wakker met bibberknieën en klappertanden. Hoe moet je vandaag in godsnaam doorkomen? In ieder geval niet zonder een sloot thee, dikke handschoenen en een elektrische deken.

Woensdag
Wat – negentien graden? Van kwaad tot erger. Dit kan toch zo niet langer? Hoe moeten wij overleven in deze bittere, trieste kou? Hoe lang zal dit nog zo doorgaan? En hoeveel truien kan een mens over elkaar heen trekken?

Geloof me, een heleboel.

Als je van plan bent binnenkort naar het zonnige zuiden te vertrekken (lees: Spanje), je de reis al geboekt en je het appartement al gekaapt hebt, zou ik je een advies willen geven: stop. Wacht. Ho. Vóór je gaat, moet je weten dat er een aantal dingen zijn die je pad ongetwijfeld zullen kruisen. Leuke dingen? Nou, ik weet niet wat jij precies onder het woord ‘leuk’ verstaat.
Om te voorkomen dat je midden in een onbekende stad voor een aantal onaangename verrassing komt te staan, raad ik je dringend aan de volgende onderstaande dingen alvast in je koffer te gooien.

De Knijper
Een zeer handig klein stukje hout, wat vooral van pas komt bij het drinken van melk. Net als in andere mediterrane landen hebben ze er geen kaas van gegeten: de melk in landen als Frankrijk, Italië en Spanje, is op z’n zachts gezegd niet te zuipen. Toch kan elke rasechte Nederlander niet zonder: geen lunch zonder een flink glas melk. Ik raad iedereen ten zeerste aan de knijper al op de neus te zetten, voor het pak geopend is. Zo kun je niet alleen voorkomen dat je smaakpapillen voor de rest van de dag volkomen van slag zijn, maar ook dat je niet flauwvalt van de muffe walm alleen al.

De Vliegenmepper
Opvallend en belangrijk detail: men gebruikt hem niet voor het doodmeppen en het wegwuiven van vervelende vliegen en zoemende muggen, maar voor opdringerige verkopers en zeurende serveersters. Bedenk, voor je je in een souvenirwinkel waagt, wat voor onnodige rotzooi je al dan niet aan wilt schaffen. Wordt het die vreselijke sleutelhanger, of toch maar zo’n nutteloze onderzetter? In ieder geval, denk er, alvorens je de winkel inloopt, goed over na en loop de verkopers vervolgens straal voorbij (indien dit niet lukt: gebruik de vliegenmepper!). Zo voorkom je dat ze je bijna met je hele hebben en houden in het rek met duur servies duwen, onder het motto: ‘for you, iet ies five’. Allemaal leuk en aardig, maar voor je het weet kom je met meer onzinnigheid de winkel uit dan dat je voorheen al in je bezit had. Bovendien komt de vliegenmepper ook zeer goed van pas als je gewoon eens lekker een middagje door de smalle Spaanse straatjes wilt slenteren: iedere irritante kelner of serveerster die de menukaart onder je neus duwt en je al half aan je rechterarm hun ongetwijfeld zeer smaakvolle restaurant in sleurt, zal gauw dat vertrouwde plekje achter de bar weer opzoeken, bij de aanblik van jouw wapen.

De Muizenval
Zoals we de vliegenmepper niet gebruikten voor de vliegen, zo gebruik je de muizenval nu ook niet voor de muizen. Het is heel simpel: zodra je van plan bent de stad in te gaan en je naar je o zo stijlvolle maar ook best wel onpraktische en eigenlijk ook behoorlijk onveilige schoudertas grijpt, vergeet dan vooral niet de muizenval – gespannen en wel – bovenop de inhoud te plaatsen. Elke vieze vuile gore zakkenroller die het ook maar in zijn hoofd haalt om zijn onbeleefde hand zomaar ongevraagd in jouw tas te steken, zal twee seconden later wel anders piepen. Of keihard in het Spaans de halve buurt bij elkaar schelden. In ieder geval zijn jij en je spullen veilig, voor elk straattuig, van alle soorten en maten, de hele vakantie lang (indien dit alleen niet genoeg is: gebruik de vliegenmepper!).

De Tolk
Zoals ik al eerder vroeg: heb je zowel de reis als het appartement al helemaal geregeld? Heb jij even pech. Je gaat namelijk niet met vier mensen, zoals gepland. Wat iedereen namelijk ook mee zou moeten nemen is een levensechte en overduidelijke tolk. Niet alleen om het geratel van de Spanjaarden mee te vertalen (soms kun je gewoon niet geloven dat het een taal is die legaal in zo’n enorm land gesproken mag worden), maar ook om hun zogenaamde ‘Engels’ wat begrijpelijker mee te maken (dat klinkt namelijk helemaal als abracadabra – of zelfs dát nog niet eens). Ja, ik weet dat het vervelend is, nu moet je alles weer opnieuw regelen, maar het is voor je eigen bestwil.

Zo. Alles in je koffer en je bent er helemaal klaar voor. Nu kun je met volle teugen en in alle rust genieten van je welverdiende vakantie in Spanje.

Oh trouwens, een kaart is misschien ook handig. Ja, ik dacht, ik zeg het nog even. Want je weet maar nooit.

null

Precies een week geleden zat ik nu op het zonovergoten dakterras van ons gehuurde huisje op Madeira. Het is niet eerlijk. Je hoeft maar een simpele twintig graden dichter naar de evenaar te zakken (alle vertragingen en slecht geregelde huurautobedrijven even daar gelaten) en je bevindt je in een waar paradijs.

Alhoewel, paradijs? Sla een reisgids open en je wordt meteen doodgegooid met puur op-toeristen-beluste loktermen, maar in werkelijkheid is die strakblauwe lucht lang niet altijd zo blauw als ze beweren.

En zo zijn er nog wel meer dingen die onverwacht op ons pad kwamen.

Madeira oogt misschien als een paradijs, maar na één dag op het eiland doorgebracht te hebben, kun je niet anders dan tot de conclusie komen dat Madeira een heel raar eiland is. Het is eigenlijk een compleet rotsige gatenkaas, bewoond door een altijd verbaasde bevolking, terwijl je overal door een onbestemde geur wordt achtervolgd.

Laat me dit even toelichten.

Gatenkaas
Heb je ooit wel eens door zoveel tunnels gereden, dat je op een gegeven moment ging denken dat het al nacht was, waarna je met een halve jetlag het daglicht opeens weer tegemoet reed? Ik wel. Je kunt na al een kwartier rijden de ene berg waar je doorheen bent gereden niet meer onderscheiden van de andere.
Nog niet eens zo lang geleden waren enkele dorpjes en zelfs een aantal kleine steden slechts bereikbaar per boot, maar daar is sinds de infrastructuur radicaal is vernieuwd een oplossing voor gekomen: tunnels, dus.
Overal.
Altijd.
Nu moet ik eerlijk toegeven dat ik niet zoveel tegen tunnels heb (afgezien van het feit dat het razend irritant is als je net meeblèrt met de radio, het geluid verandert in ruis en het vervolgens opeens helemaal verdwenen is), maar je zou toch maar als claustrofobisch persoon onvoorbereid op Madeira stranden.

Verbaasd
Madeira is een eiland, het is er nooit kouder dan 18 graden en overal waar je kijkt strekt de golvende blauwe zee zich uit tot aan de horizon. Dat lijken me drie typische onweerstaanbare factoren waar elke toerist voor zwicht.
Toch lijkt het alsof de bevolking op Madeira nooit heeft kunnen wennen aan het begrip ‘toerist’. Wat betekent dat, waar je ook heen gaat – variërend van een drukke stad tot een simpel dorpje met tweeënhalve inwoner – je wordt aangestaard alsof je een druppel snot aan je neus hebt hangen.
En als ik je dit vertel, overdrijf ik niet – het zijn net een stel kleine kinderen. Je kent het vast wel: je zit op je fiets en voor je fietst een moeder op verbazingwekkend snel tempo, ondanks haar vijf boodschappentassen en het kind dat ze ook nog achterop vast heeft weten te binden. En interessant als je bent, zit het kindje de hele rit steeds half omgedraaid ongegeneerd naar je te staren.
…Zo is de gemiddelde Madeiranees ook, maar dan nog een graadje erger. Openhangende monden, gevaarlijk uitpuilende ogen, en het klinkt misschien onnatuurlijk, maar ze knipperen nooit.

Geur
Ooit een Madeiraanse banaan gezien? Hij is net zo krom als de onze, alleen een maatje kleiner. En in Madeira hangt het er vol mee. Overal in landschap staan er bloeiende bananenbomen en de schappen met bananen in de supermarkt geraken dan ook nooit leeg.
Ooit Madeiraanse vis gegeten? Ik niet. Je wil de visafdeling bij de supermarkt niet zien. Ze vissen en ze vangen, waarna ze het zonder pardon onaangeroerd in de koeling droppen. Als je je boodschappen wil doen moet je de visafdeling zeker vermijden, want je hebt net het gevoel alsof je in een verdwaalde aflevering van Big Brother zit. (zie ook het stuk onder het kopje ‘Verbaasd’)
Wat ik dan zit te zeuren over één of andere onaangename geur?
In heel Madeira hangt er een muffe, zoetige walm van enerzijds in-de-zon-broeiende banen en anderzijds dooie, starende vissen. Als je een zwakke maag hebt, kun je maar beter terugkeren naar je oude vertrouwde camping in Zuid-Frankrijk.

Maar verder is er niks mis met Madeira, hoor.

En ik moet eerlijk toegeven: na een inspannende toetsweek en een examenleerling-onvriendelijke schoolperiode, lijken de tunnels opeens een stuk minder donker en is die bedwelmende geur meer dan welkom!