(vanuit de ogen van een caissière)
in samenwerking met Neko

Dom en Blond
1.
Anders dan wat sommige klanten nogal eens lijken te denken, zijn caissières niet per definitie dom (hoewel – er bestaan uiteraard een aantal uitzonderingen op de regel). Wanneer u echter goed oplet, zal het u wellicht opvallen dat de meerderheid van de foutjes die een doorsnee caissière begaat, thuishoren onder het kopje ‘menschelijke mankementen’. En zeg nou zelf; zou u zich niet vermoeid voelen wanneer u continu moest opstaan om andermans fruit te wegen, u al de gehele dag simpelweg domme vragen naar uw hoofd gesmeten kreeg en altijd vriendelijk moest blijven tegen klanten die moeilijk doen over twintig cent? Laten we daarbij niet vergeten dat dit alles zich afspeelt gezeten onder een sfeervolle TL-buis, op een non-ergonomische stoel waar zelfs uw rug moord en brand van gaat schreeuwen en ik denk dat u me wel begrijpt. Ze zouden gewoon naambordjes met niet alleen je naam, maar ook je functie moeten maken: “Studente aan de universiteit”. En dan genieten van al die uitpuilende ogen en ongeloofwaardige koppen. Top that!

Dom en Geautomatiseerd
2.
‘Bliep!’ is het geluid dat in alle supermarkten zelfs in de daluren al het andere geluid overstemt. Gek genoeg is dit geluid niet afkomstig van de caissière zelf. Ho, zie ik daar gefronste wenkbrauwen? Hoorde ik daar een verbaasde kreet? U bent verdorie ook geen haar beter dan die andere honderd klanten – de klanten die immuun zijn voor je vrolijke “Goedemiddag!”, stug doorbellen terwijl jij lief zit te glimlachen, helemaal niet meer de moeite nemen om te reageren op dat welgemeende “Fijn weekend!” en letterlijk met geld smijten, waarbij ze jou het liefst als mikpunt kiezen. Soms is het net alsof de klanten het verschil niet meer zien tussen een levend wezen en een machine. Laat staan dat ze nog in staat zijn enig onderscheid te maken tussen de caissière en de kassa. Bliep.

Afwegen
3.
Kijk op de AGF-afdeling altijd even of er weegschalen aanwezig zijn. If so: weeg alstublieft uw groente en fruit. Mocht u het tóch per ongeluk vergeten, gris dan snel de zak uit de handen van de cassière en weeg het alsnog in plaats van haar te laten lopen, waardoor de rij achter u nog langer wordt. Snoep moet overigens ook afgewogen worden, als u die zelf gesnoepschept hebt, want die weegschaal staat daar niet voor niets en , mevrouw-die-afgelopen-zaterdag-aan-de-kassa-kwam; als u iets weegt, moet u daar ook een stickertje op plakken. Dat is wel zo handig.

Persoonlijke klantenservice
4.
Gebruik de kassa niet als uw persoonlijke klantenservice, daarvoor is het immers een kassa en geen klantenservice. Bovendien schrikt u zo onnodig onschuldige caissières af: waarom denkt u dat ze liever achter de kassa zitten? Die zijn allang blij dat ze al die angstaanjagend zeurende, klagende en jengelende klanten regelrecht naar die servicebalie die zich minstens tien meter bij hen vandaan bevindt kunnen sturen. Opgeruimd staat netjes. En neem nu maar van mij aan dat u daar echt geholpen wordt: die dappere meiden daar staan hun leven een beetje te riskeren, elke zaterdagochtend weer. Dus als en u en uw klacht zich dan meteen naar de klantenservice willen begeven zonder dat daar een lange-rij-veroorzakende discussie aan vooraf moet gaan: graag!

Betaaltampons – ehh, gemak
5.
Zorg dat uw portemonnee nog vóór dat Het Moment daar is al geruime tijd binnen handbereik ligt. En met ‘Binnen Handbereik’ bedoel ik uiteraard niet op de bodem van uw overvolle tas, want ik zit hier om uw geld te wisselen en niet om te verhinderen dat uw tampons in mijn kassalade terecht komen, alstublieft dankuwel. Oh, en vroeg u zich niet toevallig af wat die hete lucht in uw nek en dat geagiteerd tikkende geluid te betekenen hadden toen u onlangs tot aan uw oksel in uw tas verdwenen was? Dat waren de geërgerde zuchten van de mensen achter u en de nagels van de cassière op het werkblad. Hoezo: ‘wat heb ik daar mee te maken’?

De Zonnebloem maar-dan-anders*
6.
Als u dan eenmaal uw portemonnee hebt opgediept, u me nogmaals heeft gevraagd hoeveel u mij (schuinestreep mijn baas) verschuldigd bent en ik het ietepietepeuterige bedrag van twee euro vijfendertig voor de tweede maal met een feilloze articulatie genoemd heb, waag het dan niet om met een biljet van vijftig euro aan te komen zetten. Een supermarktkassa bevat weliswaar een heleboel geld, maar als alle klanten met van die oranje papiertjes aan komen zetten, dan is het natuurlijk gauw uit met de pret.

Traytje Bullit
7.
Vaders die vijftig worden, dochters met rijbewijzen, zonen die tegen alle verwachtingen in hun diploma gehaald hebben… Alles is tegenwoordig reden voor een feestje. Geen wonder dat u direct naar dertig blikken Euroshopperbier grijpt, maar onthoud dit alstublieft: als u tijdens uw trip door de supermarkt uw gehele winkelwagentje hebt volgeladen met blikken bier en een hele zooi energydrink voor uw minderjarige dochter, neem dan alstublieft niet de moeite de gehele inhoud op de band te kieperen. Ja, dat leest u goed: neem vooral niet de moeite. De cassière beschikt namelijk over een zeer handige knop op haar kassa. Wat – er bestaat een knop voor dertig blikjes bier? Nou, dat niet. Het gaat als volgt. Stap 1: zet één blikje bier op de band en tel het aantal blikken dat in uw karretje ligt. Stap 2: licht de persoon achter de kassa tijdig in betreffende de uitkomst van die optelsom. Nu is het aan de cassière om op de ‘3’ en de ‘0’ te drukken en vervolgens op het wonderbaarlijke ‘aantal’-knopje. BLIEP. En wel verdraaid, daar verschijnt zomaar de prijs voor een dertigtal blikjes bier op het schermpje. It’s magic!

I’m with stupid
8.
Caissières zouden een lintje moeten krijgen. Een lintje voor een uiterst en uitmuntend vermogen: geduld. Hoe vaak per dag moeten wij wel niet dezelfde vragen aanhoren? De één nog stommer dan de ander. Het begint vaak met een onschuldig: “Ben je open?” Goedbedoeld, ik weet het. Toch zit ik niet voor m’n lol achter aan kassa, met een enthousiast rollende loopband, wachtend op de eerste paar klanten. Die vraag is overigens net zo stom als zijn tegenpool: “Gaat u sluiten?” terwijl er in geen velden of wegen een gesloten-bordje te vinden is. Ja, omdat u het vraagt, ga ik nu expres, vlak voor uw neus, deze kassa sluiten. Nananananaaaa. Oh, en denk de eerstvolgende keer even twee keer na voor u met een nietsvermoedend “Tot hoe laat zijn jullie open?” komt. Dikke kans dat de desbetreffende caissière nèt haar dag niet heeft en u een loer draait. “Hoe laat is het dan nu, mevrouw?” “Eh, half twee. Hoezo?” “DAN GAAN WE NU SNEL SLUITEN, MOEHAHAHAAA…”
Hoor eens, soms vraagt u er gewoon om.

Blokkentoren
9.
Afgaande op onze ervaringen in Het Vak, zijn er een heleboel volwassenen die hun kindertijd nog niet helemaal achter zich hebben gelaten; ze behandelen de band als een speelhoekje en gooien met boodschappen alsof het lego is. Aangezien ieder gezond mens een hekel heeft aan kinderen, en dan vooral in de supermarkt (u kent ze wel, die kleine monstertjes die zichzelf tot dweil bombarderen zodra mama weigert snoepjes voor hen te kopen) zullen we u een aantal kleine tips geven die de gelijkenis met deze gruwelijke wezens aanzienlijk zullen verkleinen.

1. Leg uw stokbroden, preien, frisdrankflessen en andere langwerpige voorwerpen niet overdwars op de band, maar rangschik ze netjes met de richting mee. Dit zorgt ervoor dat de boodschappen niet halverwege in de knel zullen komen te zitten en zal ook vele stokbroden het leven redden.

2. Zet uw kratjes bier niet op de band, maar houd ze netjes in de hand! (Dit is behalve stokbroodvriendelijk ook zeer caissièrevriendelijk: want hoe dúrft u te verwachten dat deze frèle vrouwfiguren een dergelijk gewicht kunnen tillen?) (Vergeet uw bier overigens niet af te rekenen – het enige dat vervelender is dan een kind is een dief.)

3. Stapel uw boodschappen niet op, zoals u met een blokkentoren zou doen, maar probeer uw boodschappen allemaal zo netjes mogelijk naast elkaar te rangschikken (zie het als een Bambi-puzzel, met grote stukjes); daardoor zal de flow, waar wij caissières zo van gaan glunderen, behouden blijven. Uiteraard zal het ook vele eieren het leven redden, immers we weten allemaal dat blokkentorens niet zo heel stabiel zijn.

Den Gierige Hollander
10.
We weten dat u er niets aan kunt doen. U bent nu eenmaal een Nederlander en gierigheid is ons allen aangeboren: daar zijn wij ons geheel van bewust, meer dan u misschien zult denken. Het feit dat wij u begrijpen, betekent echter nog niet dat u plotseling speciale bevoegdheden heeft, of mag profiteren van speciale stuntprijzen en acties die we angstvallig voor anderen verborgen moeten houden – want stel dat zij er met het voordeel vandoor gaan! Ons begrip verleent u evenmin het privilege kortingsstickers in het gezicht van de caissière te duwen; er zit tenslotte geen korting op ons. Evenmin is uw vrekkigheid een excuus om te ‘vergeten’ bepaalde artikelen af te rekenen – zoals een kratje bier, dat u schijnheilig onderop uw karretje heeft gezet, verborgen onder een jas om het kassameisje te foppen. Zoals al eerder gezegd: het enige dat vervelender is dan een kind, is een dief. Knoop dat goed in uw gierige oren!

* de titel is afgeleid van een schildering van onze grootheid Vincent van Gogh, dat op ons oude biljet van vijftig gulden prijkte: De Zonnebloem. Ondergetekenden gingen er uiteraard vanuit dat deze kennis als bekend verondersteld mocht worden, maar aangezien we bij punt 1 al geconcludeerd hebben dat klanten meestal dommer zijn dan caissières, zetten we het er maar even bij.

De GVC

juli 3, 2008

Zo lag ik vorige week nog kermend over de vloer te rollen van verveling, hopend op een spontane briljante ingeving voor mijn weblog, zo word ik deze week spontaan op mijn wenken bediend. Ik kreeg gister plompverloren twee onmenselijke klanten aan mijn kassa, gratis en voor niets! Zonder dat ik er ook maar iets voor hoefde te doen. Wat een luxe.

Leuk, nieuw schrijfmateriaal, denk ik nu. Maar toen ik gister achter de kassa zat, was het niet bepaald wat je noemt een typisch geval van dikke pret. Om eerlijk te zijn, ik voelde allesbehalve de behoefte om vriendelijk te blijven en ik had de onweerstaanbare drang om met dingen te gaan gooien. Met de stapel mandjes naast mijn kassa, bijvoorbeeld.

Ik, te goed voor deze wereld, heb me natuurlijk in weten te houden en heb beide klanten zelfs nog vriendelijk een fijne dag weten toe te wensen (en het klonk ook nog alsof ik het meende). Ongelofelijk. Want deze twee klanten zullen de gespannen kroon toch moeten delen.

De eerste klant begon al goed. ‘En nu wil ik eens even klagen,’ begon ze, er geen-gras-over-laten-groeiend. Meteen kwam er één grote woordenstroom uit haar mond, over producten die er nooit waren als zij er naar zocht, dat dit nu al weken zo was en dat ze er gek van werd. Ik knipperde verdwaasd met mijn ogen.
‘Zie ik er dan niet uit,’ dacht ik, ‘als een totaal verveelde (post-)tiener, die zich alleen maar een paar keer per week achter de kassa hijst omdat ik toch wat moet en op wiens voorhoofd met levensgrote neonletters getatoeëerd staat dat het me echt aan mijn reet gesoldeerd zal zitten of ze haar Conimex-nasi kan vinden of niet?’ Maar ze bleef maar doorgaan, er blijkbaar heilig van overtuigd zijnd dat ik met één of ander magisch Albert-Heijn-trucje de nasi toch stiekem van onder mijn kassa tevoorschijn kon toveren.
Eén woord: klantenservice.
Speciaal voor, zoals het woord eigenlijk al stiekem verklapt, klanten. En toch schijnt het heel moeilijk te zijn voor het grootste deel en zijn wij, onschuldige caissières, er altijd weer de dupe van.

Je zou het misschien niet geloven, maar de tweede klant maakte het toch net ietsje bonter dan de vorige. Ik scande haar boodschappen en opeens riep ze: ‘Wat? Dat is belachelijk!’ Ik keek niet-begrijpend op. ‘Die citroen!’ Vervolgde ze ongelovig, terwijl ze naar het schermpje wees. ‘Negenenvijftig cent?’
Daar heb ik altijd zo’n hekel aan, hè. Het is tegenwoordig al te veel gevraagd voor klanten om gewoon goed te lezen. Hebben zij dat dan nooit geleerd, vroeger, in groep zeven? ‘Lezen is nog belangrijker dan rekenen.’ Een wijze les, die ik nooit vergeten ben en waar deze klant nog iets van zou kunnen leren.

Het schap met citroenen bestaat aan de linkerkant uit netjes met drie citroenen erin en de rechterkant is gevuld met losse citroenen. Er staan dan ook twee bordjes bij: de citroenen in netjes kosten één euro tachtig en de losse citroenen negenenvijftig cent. Maar de klant, immuun voor hoge prijzen en allergisch voor ongelijk, vertrouwde blindelings op het goedkoopste en maakte gewoon haar eigen Theorie van de Citroenen: er lag nog één losse in het schap, wat dus betekent dat deze uit één van de netjes is gevallen en aangezien de netjes negenenvijftig cent zijn (huh?), kost deze losse citroen maar twintig cent. Ha. Daar hebben wij natuurlijk niet van terug.

Maar de kassa helaas wel.

Enfin, toen de kassa steeds maar negenenvijftig cent aan blééf geven en het netje citroenen drie keer zo duur bleek te zijn, barstte de hel los. Het was allemaal maar weer verschrikkelijk belachelijk, ze schold en tierde erop los en probeerde tot overmaat van ramp met een schamper lachje naar mij en verontschuldigende ‘Sorry, hoor’s de sympathie van de rest van de rij wachtende klanten voor zich te winnen. Want, jeetje, hoe durf ik die citroenen zo duur te toveren?

Want het komt allemaal door mij.
Ja, Ik was het.
Ik, de Grote Vreselijke Caissière.

Melk is goed voor elk

april 21, 2008

Toen ik vanmiddag voor mezelf een glas melk inschonk, was de maat vol. Of, om er nog maar even een jolige woordgrap tegenaan te gooien, was het de laatste druppel die mijn glas deed overlopen. Met een nijdige blik klokte ik mijn melk achterover en nog geen twee seconde later stampte ik gefrustreerd naar boven, met het lege melkpak in mijn handen.

Ik bedoel – een blauw fliebeltje? Kijkvensters? Dit vraagt toch om nader onderzoek. Met een flinke klap zette ik het betreffende exemplaar op mijn bureau. Ik staarde er een paar minuten naar, vol afgrijzen. Draaide het pak een paar keer om, in de hoop dat ik het al die tijd gedroomd had.

Toch niet.

Tegenwoordig zijn de melkpakken van de Albert Heijn voorzien van allerlei handige gadgets. Een zogenaamde blauwe ‘ring’, waarmee je het melkpak nu nóg makkelijker open krijgt. En laat ik vooral het handige ‘peilvenster’ niet vergeten, waardoor je nu live kunt bijhouden hoeveel melk je er alweer doorheen gejast hebt.

Handig, zeg je?

Ik voel me anders een complete randdebiel. Al die jaren heb ik melkpakken keurig opengevouwen, waarna ik de melk op een zeer handzame manier in mijn glas kon schenken. Niks mis mee. En dan op een mooie dag kom jij vrolijk de Albert Heijn binnen en hebben ze al die melkpakken naar de Filistijnen geholpen. Zit er opeens zo’n onhandig blauw fliebeltje aan, die je er eerder gefrustreerd vanaf trekt dan dat je het melkpak er sneller en handiger (haha!) mee open krijgt. Is ie opeens voorzien van een stel kijkvenstertjes, zodat je tegen het raampje kan kloppen en naar de melk kan zwaaien en kan vragen of het nog wel helemaal goed gaat, daar binnen.

Alsof ik te slap ben om een melkpak open te maken en er een speciaal gehandicapte-trekring voor nodig heb, omdat de melk anders alweer bedorven is eer ik er eindelijk eens wat van kan drinken. Alsof ik te lam ben om dat pak op te tillen en te schatten hoeveel er ongeveer nog in zit en of het alweer nodig is om me naar de supermarkt te moeten begeven ja of nee. Het voelt helemaal niet als een leuk bijkomstig handigheidje, eerder als een regelrechte, onsubtiele belediging.
Bovendien is het één grote bron van mileuvervuiling, al dat onzinnige plastic op plaatsen waardoor je alleen maar zin krijgt om het melkpak met een flinke zwaai in de prullenbak te keilen.

Alles moet tegenwoordig maar makkelijker, beter, sneller, mooier, handiger, zelfs de melkpakken moeten er nu aan geloven. What’s next? Straks zijn ze voorzien van een open – en dichtknopje, of leveren ze er een afstandsbediening bij. Het moet toch verdorie niet gekker worden?

Albert Heijnstein mag de volgende keer best een beetje dimmen met die briljante ideeën van ‘m.

De Winterpeen

maart 27, 2008

‘Had u nog een bonuskaart?’
‘Spaart u koopzegels?’
‘Wilt u het bonnetje er ook bij?’

Ik werk bij de Albert Heijn. Elke week weer mag ik klanten verblijden me de bovenstaande uitspraken en sinds anderhalf jaar ben ik gezegend met een waar naamplaatje en een bijpassend sjaaltje.
Over het algemeen ben ik best een behoorlijk vriendelijke caissière, al zeg ik het zelf. Nu is mijn mond nooit echt groot geweest en is de spreidingswijdte nooit verder uitgedijd dan een zielige vijf centimeter, dus dat scheelt. Ik zou nooit iemand zomaar uitkafferen en zeker niet klanten van de Albert Heijn. Die zijn immers de koning.

Maar soms mogen deze zogenaamde vorsten en vorstinnen die bonuskaart best in hun koninklijke reet stoppen en als het even kan, mag het hele rolletje koopzegels er direct achteraan.

Ik denk niet dat veel mensen het doorhebben, maar zes op de tien klanten gedragen zich vrijwel altijd bot en uitermate onvriendelijk. Ze blijven onverbiddelijk in hun mobieltje boeren, vinden het niet nodig ook maar één (mede)klinker aan mij vuil te maken of slingeren keiharde en onnodige verwijten naar mijn hoofd. En zeuren dat ze kunnen, allemachtig. Opgroeiende kinderen en rebellerende tieners zijn er niets bij vergeleken.

‘Dat is echt ontzéttend duur, wist je dat?’ Blafte een vrouw me laatst met grote ogen toe. ‘Belachelijk!’ Het ging hier om een – hou je vast – winterpeen van maar liefst negenenveertig cent. Ja, ik schrijf het hele bedrag maar even voluit, dan lijkt het ook tenminste nog ergens op. Negenenveertig cent! Een kapitaal, een fortuin, oh schrikbarende onbetaalbaarheid.
‘Pas kocht ik hem nog voor veel minder!’ Voegde ze eraan toe, terwijl ze ongelovig het bonnetje aanpakte en haar ogen vrijwel direct naar het Bedrag des Onheil schoten. Ik vroeg haar of dat ook bij de Albert Heijn was. ‘Nee,’ antwoordde de vrouw, bijna spottend.
‘Nou,’ dacht ik, terwijl ik uit alle macht niet met mijn ogen probeerde te rollen, ‘Koop je winterpenen dan ook niet bij de Albert Heijn, mens!’ Weer een wijze les geleerd. En kijk voortaan ook even van te voren naar het prijsbordje, om teleurstellingen te voorkomen. Die hangen er ook niet voor de sier.

Klanten kunnen ook behoorlijk link worden als je je menselijk gedraagt.
‘Heb je die vijfendertig-procent-korting-sticker wel gezien?’
‘Heb je er koopzegels bij gedaan?’
‘Kan ik mijn bonuskaart nog aan je geven?’
Op deze bovenstaande vragen durf je als onschuldige caissière op een gegeven moment gewoon geen antwoord meer te geven. Want zodra je het verlossende, maar o zo alles vernietigende woordje uitspreekt, spuwen de ogen vuur en schieten de blikken onwillekeurig naar mijn blonde haar.
‘Nee,’ antwoord ik voorzichtig, ‘Sorry, dat moet ik even vergeten zijn.’ Een beetje goede klant hoort dit laatste niet eens meer. Immuun voor excuses, maar niet voor fouten. Die zullen ze me dan ook niet zo voorzichtig en vooral met veel speeksel en gesnuif duidelijk maken.

Vergeten en vergissen is menselijk, maar blijkbaar komen klanten dan van een andere planeet.