De wonderen zijn de wereld uit

september 29, 2008

‘Hey.’
Ik had hem niet aan zien komen lopen. Plotseling stond ie daar gewoon, met zijn lunch op een blad, klaar om naast me komen te zitten. Oh, shit. Snel klap ik mijn mobieltje open en doe alsof ik in een heel belangrijk gesprek zit met een niet-bestaand persoon aan de andere kant van de lijn.
‘Oké…’ verontwaardigt maakt hij een rechtsomkeert. Poeh. Dat ging maar net goed.
‘Wat doe je nou?’
Mijn vriendin kijkt me vol ongeloof aan. Ik klap mijn mobieltje weer dicht een keer mijn gezicht wat naar haar toe.
‘Kijk dan!’ Zeg ik vol walging, terwijl ik mijn haren achter mijn oor doe. ‘Een puist.’
Mijn vriendin knikt begrijpend. Plotseling grijpt ze me bij mijn arm. ‘Probeer dan eens Clearasil Ultra,’ stelt ze enthousiast voor, met een onnoemelijk grote grijns op haar gezicht, ‘geloof me, je hebt in een gavere huid in slechts drie dagen!’

Eén van mijn vakken die ik krijg op de universiteit is Oriëntatie Televisie. Hier leer ik van alles over de geschiedenis van televisie, televisiegenres en de invloed die televisie op allerlei manieren op verschillende mensen kan hebben. En als er iets invloed heeft op mensen, dan is het wel reclame.
Bovenstaand voorbeeld is een stukje uit één van de meest recente Clearasil-reclames. Dat het zo niet gaat in het echt, is wel duidelijk. Meestal gedragen je vriendinnen zich niet als een stel wandelende reclameaffiches en voor zover ik me kan herinneren hebben de meeste pubers wel meer dan één puistje om zich druk om te maken.

Dat is dan ook één van de redenen waarom ik er zo’n verschrikkelijke hekel aan heb. De hoofdpersoon in het spotje klaagt hemel en aarde bij elkaar. En waarom? Omdat ze toevallig een door de computer gegenereerd microscopisch klein rood vlekje op haar wang heeft zitten, wat overigens in de verste verte niet eens lijkt op een puist.
Ik bedoel – wat is haar punt eigenlijk?
Geen wonder dat normale pubers (die toevallig niet hun hoofd even door Photoshop kunnen rollen) met diep gezucht verderzappen, zich afvragend of dat belachelijke spul ook op hele bergruggen zou werken.

En om er nog maar even een schepje bovenop te gooien, doen er momenteel twee van die absurde spotjes de ronde: er is ook een versie met een mannelijk hoofdpersonage.
Eigenlijk is die nog veel erger.
Nadat ook zijn ‘puistje’ op magische wijze de benen genomen heeft, ziet hij de volgende dag het meisje dat hij leuk vindt op het schoolplein lopen. En omdat reclames altijd zo lekker realistisch zijn maar niet heus, kun je vast niet raden wat er dan gebeurt: hij komt met een razende vaart op haar af geskateboard, struikelt half en laat zich vervolgens bovenop het arme schaap vallen.
Hoor eens, ook al gebruik je dan Clearasil, er staat toch echt alleen maar op de verpakking dat je ‘een zichtbaar gavere huid in slechts drie dagen!’ krijgt. Er stond nergens iets over het aanranden van elk willekeurig meisje. Het moet toch niet gekker worden?

De Puist is steevast nep, ze hebben er ook altijd maar één en plotseling zijn zij wél bevoegd om dingen te doen waar elk ander normaal mens tien jaar celstraf voor zou krijgen. En ze vinden het nog normaal ook.

…Zoals ik al zei, ik heb er een verschrikkelijke hekel aan.

Never too busy

september 12, 2008

Sinds twee weken zit ik op de Universiteit van Amsterdam. Ik mag mezelf dus officieel studente noemen, volg colleges in plaats van lessen en ben niet meer onderdeel van een klas, maar van een bescheiden werkgroepje.

Of ik niet een beetje moet wennen? Goh. Is dat een strikvraag of verberg ik het gewoon heel goed? Natuurlijk moet ik wennen, dat moet ik nog steeds. Ik blijf studenten hardnekkig leerlingen noemen, heb het over ‘school’, ‘huiswerk’ en meer van dat soort gekkigheden en kan er nog steeds niet over uit dat het boek Film History: an introduction niet alleen 788 bladzijdes beslaat, maar daarbij ook nog eens 1,7 kilo moet wegen. Belachelijk.

Niet alleen lijken alle boeken onnatuurlijk drie keer zo dik als boeken op de middelbare school, ook neemt niemand de moeite om ze te vertalen. Alles is in het Engels. Je kunt natuurlijk niet elk onbekend woord opzoeken in het woordenboek, maar als je de eerste alinea voor de vijfde keer leest en nog geen flauw idee hebt waar ze het in godsnaam over hebben, zakt de moed je toch wel flink in de schoenen. Zeker als de hoofdstukken per stuk niet uit een softe vier, maar uit een royale veertig bladzijdes bestaan.

En het blijft ook niet bij één hoofdstuk. Vooral bij het vak Geschiedenis en Audiovisuele Cultuur lusten ze er wel pap van: niet één, maar twee volledige hoofdstukken per week! En als we dan toch zo lekker achterlopen met z’n allen, staan er voor volgende week een schamele drie hoofdstukken op het programma. En dan doen we er ook gewoon nog wat begeleidende teksten, filmfragmenten en voorbereidingen bij. Alsof het niets is. En het is inderdaad niet niks, want je moet het ook allemaal onthouden. Over vijf weken staan namelijk de eerste drie tentamens al ingepland.

Als daar dan nog bij optelt dat ik geen bijster stressbestendig persoon ben, kun je wel nagaan hoe lekker ik daar bovenop ook nog slaap.

Maar voor ik alle nog middelbare-school-gangers de stuipen op het onschuldige lijf heb zitten jagen: er zitten ook leuke kanten aan (ergens), je went heus wel aan het nieuwe studentenleven (uiteindelijk) en het komt vast helemaal goed (ooit). Dus maak je vooral niet druk!

Dat doe ik namelijk ook nooit.