Vervelen(d)

juni 25, 2008

Terwijl ik in mijn thee roer, staar ik glazig naar buiten. Het is al heel wat dat ik zojuist thee voor mezelf heb gehaald, een hele prestatie. Nadat ik namelijk vanmorgen de was heb opgehangen, de boodschappen heb gedaan en de grote stapel belangrijke papieren op mijn bureau heb gesorteerd (en er toen uiteindelijk achterkwam dat ik maar beter niets weg kon gooien), heb ik me alleen nog maar doodverveeld.

Zo gaat dat nu al dagen. De examens zijn voorbij, ik ben geslaagd en de periode van extra werken gaat pas volgende week van start (probleempje: ik ben vergeten welke weken ik nog meer had opgegeven om extra te werken). Er gebeurt dus ook niets boeiends in mijn leven dat ongeveer net zo interessant is als het populairste gespreksonderwerp van de klanten bij de Albert Heijn (Het Weer, red.), ik moet nog twee lange maanden wachten voor ik naar de universiteit ga en ik ben nu uit pure wanhoop maar even op de grond gaan liggen.

Oh, de verveling.

Of ik niet iets kan bedenken om te gaan doen? Jawel, en dat is precies waar dat briljante idee zich begint om te vormen tot een onvermijdelijk groot probleem: ik wil een nieuw stukje voor mijn weblog schrijven. Sterker nog, dat wil ik al tien dagen lang. Elke ochtend start ik vol goeie moed mijn computer op, open ik met veel enthousiasme Word en staar ik ijverig naar mijn blinkende toetsenbord – maar het blijft bij staren. Eerst staar ik vijf minuten, dan is het opeens alweer een kwartier en vervolgens – zoals het tegenwoordig elke tevergeefse poging weer eindigt – mep ik uit woede op zo’n manier op mijn toetsenbord dat Word zichzelf afsluit.

Als ik niet achter mijn computer zit, hopend op een geniale ingeving en wat schrijfmoed, probeer ik overal wel inspiratie van te krijgen. Als ik aan mijn ontbijt zit, vraag ik me hardop af of het leuk zou zijn om over volkoren beschuit te schrijven, als ik op de fiets zit, probeer ik een ongeluk te krijgen om zo mijn weblog op te kunnen leuken met een spannend stukje en als ik achter de kassa zit hoop ik op een klant die het record van ‘onmenselijkheid’ verbreekt, zodat ik de nietsvermoedende buitenwereld kan waarschuwen voor hem of haar.

Het lijkt wel alsof het lot me tegenwoordig niets meer gunt, want inspiratie krijgen? Ho maar. Daar doet mijn brein niet meer aan, deze dagen. Het heeft nu een kersvers motto uitgevonden: een dag niet verveeld is een dag niet geleefd. Ik heb overigens wel twee nieuwe talenten in mezelf naar boven weten te halen, waarvan ik niet eens wist dat ik ze in me had: ik heb mezelf ontpopt tot Europees kampioene uit-mijn-neus-vreten en ben er zeker van dat ik inmiddels elk doorgewinterd expert met gemak zal kunnen verslaan tijdens een heftig potje wortel-schieten.

Er zitten dus ook nog leuke kanten aan.

…Of klonk dat niet geloofwaardig? Ach ja. Ondanks dat vervelen mijn nieuwe specialiteit is, ben ik nog steeds de meest onpersuasieve leugenaar die er bestaat. En – hé. Krijg nou wat. Ik durf het bijna niet te geloven, maar ik denk dat ik zowaar mijn inspiratie heb teruggevonden. Dit lijkt namelijk verdacht veel op bijna een heel A4-tje, volgeschreven met onzinnige informatie waar niemand wat aan heeft, flauwe opmerkingen waarmee je zelfs de meest dichtbepakte coffeeshop in Amsterdam niet kunt entertainen en zoveel pogingen tot lange, gestructureerde, interessante zinnen dat je na de tweede regel niets liever wilt dan op het kruisje klikken.

In dat geval verveel ik mensen hier graag mee.

Veni, vidi, vici

juni 15, 2008

De examens zijn voorbij. Alle lasten zijn van je schouders gevallen. Niets ligt je nog langer zwaar op de maag. Geen stress, geen toetsen, geen school, helemaal niets meer. En dan nog geslaagd ook! Met een tevreden glimlach kruip je onder je dekens, laat je je hoofd op je kussen zakken, om vervolgens te beginnen aan die eindeloze partij nachtrust, zónder zorgen.
En dan denk je dat alle ellende voorbij is.

Maar plotseling schiet je schichtig overeind. In een wip sta je, volkomen onvrijwillig en nog half in slaap, naast je bed. Dat meen je niet. Je maakt een grapje. Niet net nu je eindelijk eens… Maar helaas. Het is geen flauwe droom, zelfs geen vervelende nachtmerrie.

Het is de keiharde realiteit.

Met een ietwat onmenselijk gegrom knip je het grote licht aan. Vooruit dan maar. Je bent nu toch al wakker. En als je weer verder wil met dat zorgeloze slaapje, zul je er toch echt aan moeten geloven. Met je bril op je neus, een geërgerde zucht en ijzersterke bewapening maak je je klaar voor de strijd.

Voor je echter de aanval in kunt zetten, spring je alweer een meter de lucht in. Ze viel je aan, zonder pardon. Hé, dat is niet eerlijk, je was nog niet eens begonnen! Maar ze is wakker, actief en nog lang niet moe. Ze is meedogenloos en schrikt nergens voor terug. Zij is het, zij die je elke zomer lang weer vreest. En ze zal niet rusten voor je je overgeeft.

Maar dit keer zul je haar krijgen. Dit keer krijgt ze geen enkele kans. Wacht maar, denk je moordlustig, wacht jij maar eens af. Als een stroper op jacht sluip je door je kamer. Waar kan dat kreng gebleven zijn? Ze kan toch niet zomaa – ha! Daar. Daar zit ze, op de linkerdeur van je kledingkast. Oké, kalm blijven nu. Met je rechterschoen in de aanslag, schuifel je erop af. Je durft bijna geen adem te halen.

Maar het is nu of nooit.

Met een woeste oerkreet stort je je met je volle gewicht (en je schoen ertussen) op je kledingkast. Baf. Boem. Splash. Dood. Je buik vult zich met een waar gevoel van euforie en terwijl je nog nageniet van je overwinning, veeg je de laatste restje van je schoenzool.

Nooit meer, nee nooit meer, zal je ook maar één mug je nachtrust nog laten verstoren.

Als je van plan bent binnenkort naar het zonnige zuiden te vertrekken (lees: Spanje), je de reis al geboekt en je het appartement al gekaapt hebt, zou ik je een advies willen geven: stop. Wacht. Ho. Vóór je gaat, moet je weten dat er een aantal dingen zijn die je pad ongetwijfeld zullen kruisen. Leuke dingen? Nou, ik weet niet wat jij precies onder het woord ‘leuk’ verstaat.
Om te voorkomen dat je midden in een onbekende stad voor een aantal onaangename verrassing komt te staan, raad ik je dringend aan de volgende onderstaande dingen alvast in je koffer te gooien.

De Knijper
Een zeer handig klein stukje hout, wat vooral van pas komt bij het drinken van melk. Net als in andere mediterrane landen hebben ze er geen kaas van gegeten: de melk in landen als Frankrijk, Italië en Spanje, is op z’n zachts gezegd niet te zuipen. Toch kan elke rasechte Nederlander niet zonder: geen lunch zonder een flink glas melk. Ik raad iedereen ten zeerste aan de knijper al op de neus te zetten, voor het pak geopend is. Zo kun je niet alleen voorkomen dat je smaakpapillen voor de rest van de dag volkomen van slag zijn, maar ook dat je niet flauwvalt van de muffe walm alleen al.

De Vliegenmepper
Opvallend en belangrijk detail: men gebruikt hem niet voor het doodmeppen en het wegwuiven van vervelende vliegen en zoemende muggen, maar voor opdringerige verkopers en zeurende serveersters. Bedenk, voor je je in een souvenirwinkel waagt, wat voor onnodige rotzooi je al dan niet aan wilt schaffen. Wordt het die vreselijke sleutelhanger, of toch maar zo’n nutteloze onderzetter? In ieder geval, denk er, alvorens je de winkel inloopt, goed over na en loop de verkopers vervolgens straal voorbij (indien dit niet lukt: gebruik de vliegenmepper!). Zo voorkom je dat ze je bijna met je hele hebben en houden in het rek met duur servies duwen, onder het motto: ‘for you, iet ies five’. Allemaal leuk en aardig, maar voor je het weet kom je met meer onzinnigheid de winkel uit dan dat je voorheen al in je bezit had. Bovendien komt de vliegenmepper ook zeer goed van pas als je gewoon eens lekker een middagje door de smalle Spaanse straatjes wilt slenteren: iedere irritante kelner of serveerster die de menukaart onder je neus duwt en je al half aan je rechterarm hun ongetwijfeld zeer smaakvolle restaurant in sleurt, zal gauw dat vertrouwde plekje achter de bar weer opzoeken, bij de aanblik van jouw wapen.

De Muizenval
Zoals we de vliegenmepper niet gebruikten voor de vliegen, zo gebruik je de muizenval nu ook niet voor de muizen. Het is heel simpel: zodra je van plan bent de stad in te gaan en je naar je o zo stijlvolle maar ook best wel onpraktische en eigenlijk ook behoorlijk onveilige schoudertas grijpt, vergeet dan vooral niet de muizenval – gespannen en wel – bovenop de inhoud te plaatsen. Elke vieze vuile gore zakkenroller die het ook maar in zijn hoofd haalt om zijn onbeleefde hand zomaar ongevraagd in jouw tas te steken, zal twee seconden later wel anders piepen. Of keihard in het Spaans de halve buurt bij elkaar schelden. In ieder geval zijn jij en je spullen veilig, voor elk straattuig, van alle soorten en maten, de hele vakantie lang (indien dit alleen niet genoeg is: gebruik de vliegenmepper!).

De Tolk
Zoals ik al eerder vroeg: heb je zowel de reis als het appartement al helemaal geregeld? Heb jij even pech. Je gaat namelijk niet met vier mensen, zoals gepland. Wat iedereen namelijk ook mee zou moeten nemen is een levensechte en overduidelijke tolk. Niet alleen om het geratel van de Spanjaarden mee te vertalen (soms kun je gewoon niet geloven dat het een taal is die legaal in zo’n enorm land gesproken mag worden), maar ook om hun zogenaamde ‘Engels’ wat begrijpelijker mee te maken (dat klinkt namelijk helemaal als abracadabra – of zelfs dát nog niet eens). Ja, ik weet dat het vervelend is, nu moet je alles weer opnieuw regelen, maar het is voor je eigen bestwil.

Zo. Alles in je koffer en je bent er helemaal klaar voor. Nu kun je met volle teugen en in alle rust genieten van je welverdiende vakantie in Spanje.

Oh trouwens, een kaart is misschien ook handig. Ja, ik dacht, ik zeg het nog even. Want je weet maar nooit.