That is the question

mei 31, 2008

Waarom kijken mensen zo blij? Waarom lachen ze er überhaupt bij? Waarom klinken ze zelfs – ja, echt – opgewekt? ‘En, hoe gingen je examens?’ vragen ze dan, enthousiast en energiek, alsof ik net een stuk heb hardgelopen en ze willen weten of ik mijn recordtijd heb verbroken.

‘Het ging wel,’ antwoord ik dan altijd maar. Ja, want kan ik anders zeggen? ‘Geweldig’ zou mijn neus alleen maar kilometerslang maken, en hoewel ‘verschrikkelijk, afgrijselijk, akelig, beestachtig, afschrikwekkend, gruwelijk, ijselijk, afschuwelijk, schrikwekkend, vervaarlijk, wreed’ misschien dichter in de buurt komt – het is nu niet bepaald waar ik op zit te wachten.

Alle examenleerlingen in dit Kikkerland zitten nu inmiddels op hun ietwat ontstreste gat, voor de tv, achter de computer, of ze liggen gewoon languit op de vloer (ook heel begrijpelijk). Maar in plaats van dat ze rustig kunnen bijkomen op hun gat of op de vloer, worden ze minstens tien keer per dag bestookt met vragen. Of nou ja, vragen? Eén en dezelfde, herhaaldelijk gestelde, steeds vervelender wordende vraag:

‘En, hoe gingen je examens?’

‘Ik wil het niet weten,’ zo luidt ook vaak mijn antwoord. Maar of ik nu wil of niet, en of ik nu thuis ben of niet – gebeld word ik toch. De huistelefoon of mijn mobiel, één van beide toestellen zal plotseling onophoudelijk rinkelen en ik weet dat ik dan maar beter op kan nemen dan hem woest in een hoek van de kamer te smijten. Gezakt of niet, met een kapotte telefoon is een mens nu eenmaal nergens. Zeker niet als dit een examenleerling betreft. En al helemaal niet op 12 juni.

‘Nou ja, uiteindelijk is het gewoon een kwestie van afwachten.’ Kijk – eindelijk iemand die het begrijpt! Het gaat maar aan één stuk door van wie weet, zelfs, maar weet je wat, anders zou je, eventueel, misschien en hopelijk, maar niets is zeker. Het is pas zeker, nadat deze twaalf slopende zenuwdagen helemaal voorbij zijn en dat allesverlossende (of moet ik zeggen: allesverwoestende?) telefoontje mij het antwoord op die brandende vraag heeft gegeven.

Maar voor ik nog verderzaag en doorzeur over twijfels en onzekerheden waar ik eigenlijk niets mee opschiet en anderen alleen maar mee verveel, ga ik nu even iets heel anders doen: inpakken en wegwezen!

Maar dan wat Wilders

mei 25, 2008

Daar zit ik dan. Achter mijn computer. In het midden van mijn slopende examens. Terwijl ik met mijn linkerhand koortsachtig mijn Filosofieboek doorblader, probeer ik met mijn rechterhand netjes de broodnodige begrippen in een documentje te typen. Niet dat ik te laat begonnen ben, integendeel. Maar je moet wel weten dat het Filosofie-examen morgen al is en ik me serieus afvraag wat voor briljante woordcombinaties en moeilijke zinsconstructies er morgen weer in zullen staan (meer dan in het boek lijkt me bijna onmogelijk, maar je weet het maar nooit met al die zweverige types).

Ondanks dat vind ik Filosofie een geweldig vak, hoe nuchter ik ook mag zijn. Bij Filosofie heb ik tenminste het idee dat ik echt eens moet nadenken over dingen en dat ik eigenlijk nog best wel slim ben. Ergens. Misschien. Soms.

Minder geweldig is het feit dat ze er bij het examen vanuit gaan dat je perfect op de hoogte bent van de politieke gebeurtenissen in Nederland. Dat je de politieke partijen van elkaar kunt onderscheiden, weet wat de afkortingen betekenen, het verschil tussen links en rechts kunt aanduiden, namen van belangrijke politici klakkeloos kunt opnoemen en weet hoe ze allemaal wel niet over de wereld en zijn naties denken.

Ik, daarentegen, kan nog net Wilders onderscheiden van een stoel in de Tweede Kamer.
Dat wordt lachen.

Ach en wee

mei 15, 2008

Weet je waar wij Nederlands nou met z’n allen eens echt een potje goed in zijn? Zeuren. Oh, we zijn er meesters in. Meesteressen, vooral. Tijdens de menstruatie zijn we niet te harden. Zeven dagen lang zó’n gezicht, een wc die voortdurend en ook langdurig bezet is en alle chocola is plotseling op wonderbaarlijke wijze verdwenen.
Ongesteld of niet, het is hier tegenwoordig één groot klaagfestijn. Het lijkt wel de nieuwste mode, de laatste trend. En ook zo gevarieerd. Je kunt er alle kanten mee op en je hoort het dan ook overal: gezeur, gezanik, gezeik, gemok, geëmmer, gekwezel, gemekker, gemier, geneuzel, gemiep, gereutel, gezaag, gezemel, gejengel, gejeremieer, geklaag, gedrein, gepruil en gejank. Heel afwisselend. Vervelend, ook.

Het is namelijk nooit goed. Kinderen jengelen, bejaarden klagen, pubers zeuren en de rest heeft gewoon een rotleven. Er moet ook zoveel. De was, het eten, de mail, de post, de vuile vaat, het strijkgoed, de boodschappen, het werk, de kinderen, de visite… En het ergste van alles is: het houdt nooit op. En je moet het allemaal zelf doen. Je luie puberdochter zit alleen maar met haar luie, egoïstische gat voor de tv en je zoontje van zes en een half is nog nauwelijks klaar met kleuteren. Het leven is ook zo oneerlijk.

Dat vinden pubers nou ook. Hun leven is pas één groot drama. Man, wat een ellende. Puistjes, gestrande verkeringen, te weinig kleedgeld, vroeg opstaan, zeurende ouders, krijsende broertjes, vervelende zusjes, school, toetsen, huisarrest, om nog maar te zwijgen over wat je allemaal niet mag en het feit dat je thuis ook nooit eens iets goed doet. Bah. Je zou jezelf er bijna van op je bed laten vallen en in een dramatische huilbui uitbarsten, omdat je jezelf verschrikkelijk zielig vin – ik bedoel, omdat het je ook allemaal niet mee zit.

En wat dacht je dan van al die krijsende en gillende kinderen? Het ontevredenheidsgevoel komt tegenwoordig steeds vroeger opzetten. Nog wel iets beperkter, maar daarom niet minder vervelend: je mag niet buitenspelen, je moet nu al naar bed, je mag natuurlijk geen snoepje en hoezo ‘ik wil dat’? Je hebt al genoeg. Meer dan zat. En het kan me niks schelen dat Josefientje van de overkant dat wel heeft.

‘STOM!’

Ja ja… Denk je echt dat ik daar nu nog van onder de indruk ben? Er komt een moment waarop we onszelf eens serieus in de ogen moeten kijken en ons eens rationeel af moeten vragen waar we nou eigenlijk helemaal mee bezig zijn. En… Vergeten we nu niet iets? Mensen hebben onoplosbare ruzies, hongerdood, eetstoornissen, buitenechtelijke kinderen, cyclonen, aardbevingen, fascistische leiders, ongeneesbare ziektes en – wat? Oh ja, en mensen moeten natuurlijk verplicht broccoli en spruitjes eten. Hoe kan ik dat nou vergeten.

In een wereld van korte lontjes en lange tenen zijn we zo weer een paar vermopperde decennia verder. Zullen wij dan ooit het licht zien? Ik kan niets beloven, maar wie zal het zeggen…

Omelet du Fromage

mei 9, 2008

Ik kan heel goed verdwalen, wandel regelmatig met een groot kloppend vraagteken boven mijn hoofd door (voor mij) wildvreemde straten en ik beschik over een geweldig slecht gevoel voor richting. Geloof me, dat overtreft niemand. Ik ben in staat om een Etos uit te komen, een rondje te lopen en vervolgens met een bloedserieus gezicht diezelfde Etos weer binnen te wandelen, me doodleuk afvragend waarom deze precies zo is ingericht is als de vorige. Aandoenlijk.

Voor mensen die er nu net even lekker voor gingen zitten, in de hoop nog meer van dit schandeloze leedvermaak te mogen proeven: helaas, ik zal jullie moeten teleurstellen. Met het voorbeeld van het Etos-incident wilde ik enkel inspringen op het volgende en eigenlijke onderwerp van dit blogje: Amsterdam.

De plek waar ik dat rondje liep zonder het in de gaten te hebben en net zo besefloos die Etos weer binnen stapte. De stad waar ik voor het eerst eens echt goed verdwaalde. Ik had geen kaart bij me, geen ervaren volwassene om wat aan te vragen en geen enkel gevoel voor richting. Helemaal niets dus, op een net zo richtingsgevoelloze vriendin na, dan. Een kaart hadden we ‘niet nodig’, met onze ouders naar Amsterdam gaan klonk net zo belachelijk als het feit dat mijn moeder me meerdere keren waarschuwde dat ik zou gaan verdwalen en ons slechte richtingsgevoel was telkens weer het onderwerp voor elk grapje van die dag.
Toen we echter om half vijf ’s middags al langer dan een uur rondliepen in de snikhitte, was het lachen ons inmiddels flink vergaan.

Wat bleek: we waren radeloos verstrikt geraakt in het grootse netwerk van de welbekende (?) Amsterdamse grachten en op zo’n manier dat we de ene gracht op een gegeven moment niet meer konden onderscheiden van de andere. Die dingen lijken ook zo verrekt veel op elkaar en het erge is: ze zijn overal.

Toen we eindelijk weer heelhuids teruggekeerd waren (in een nog snikhetere bus, maar dat terzijde), hadden mijn ouders gek genoeg geen enkel begrip voor het grote drama dat onze halve dag in rep en roer had gebracht: ze moesten er hartelijk om lachen. Wat is daar nou leuk aan? Nou, volgens mijn vader was de weg in Amsterdam vinden een eitje.
Een eitje? Eerder een ingewikkelde versie van een Omelet du Fromage, waar ik na veel tevergeefse pogingen in de keuken alleen een vies, zwartgeblakerd flurpje aan overhoud. Ik voelde me die dag ook net als zo’n flurpje: verloren en zwartgeblakerd door de vurige stralen van de zon.

Goed. Blijkbaar is kwellend leedvermaak een stuk leuker dan een stom informatief stukje tekst over een stad die we allemaal al kennen.

Al zijn de meningen over dit laatste behoorlijk verdeeld.

Lastig maar loyaal

mei 4, 2008

‘Waarom is dat?’
– ‘Dat is voor Jelle.’
‘Waarvoor dan?’
– ‘Jelle gaat een nachtje weg.’
’Waarheen dan?’
– ‘Naar het ziekenhuis. Jelle gaat een nachtje naar het ziekenhuis.’
’Waarom moet Jelle naar het ziekenhuis?’
– ‘Gewoon, een kleine operatie.’
’Wat dan?’

Niets is leuker dan een klein, roodharig, nieuwsgierig kleutertje van zes en een half, die vragen kan stellen tot je een ons weegt en die niet zal stoppen voor ie antwoord heeft op al zijn brandende vragen, de ene nog brandender dan de andere. Met antwoord geven moet je nog al eens voorzichtig zijn, want voor je het weet staan de buren op de stoep met een grote bos bloemen, om je te feliciteren met de geboorte van jullie dochtertje.

…Welk dochtertje?

Dat zeg ik. Uitkijken dus. De kinderfantasie reikt nog veel verder dan het aanvankelijk lijkt te doen, nog veel verder dan volwassenen zich simpelweg voor kunnen stellen. En dat kan soms lastig zijn. Maar bovenal denken ze op de meest simpele en logische manier die er bestaat. En dat maakt ze nu juist zo leuk.

Net zoals De Daltons. Dat is ook heel leuk.