null

Oorverdovende herrie. Een op elkaar gepropte mensenmassa. Weer een golf klef bier over je jurkje. Klinkt niet echt bepaald aantrekkelijk en al helemaal niet als één van de gezelligste avonden die je je kunt bedenken. Je moet er ook wel van houden. Als je niet bestand tegen de dingen die ik zonet noemde, kun je maar beter blijven hangen op die bank van je.

Tenzij de bovenstaande dingen je natuurlijk als muziek in de oren klinken (ik word ook steeds beter in woordgrappen), tenzij je natuurlijk graag naar concerten en festivals gaat, of van plan bent er binnenkort één te bezoeken.

Als dat zo is, dan is London Calling een echte absolute aanrader. Tegenwoordig kijken gelukkig steeds minder mensen je aan alsof je niet helemaal goed bij je hoofd bent als je deze twee redelijk onbekende woorden uitspreekt. London Calling. Maar om de één of andere duistere reden verstaan mensen me nooit als ik zeg waar ik heen ga.
‘London Calling.’
‘Wat zeg je?’
‘Lon-don Cal-ling.’
‘Wat, huh?’
‘LONDON CALLING!’
Jezus, moet ik het soms met een megafoon in je oor tetteren? Ik kan ook niet helpen dat het zo heet. Ja, inderdaad, het is heet echt London Calling. Ik kan er ook niets anders van maken. Het heet London Calling en het is een tweedaags muziekfestival wat elk halfjaar in Paradiso te Amsterdam gehouden wordt. Twee vrijdag – en zaterdagavonden per jaar stampen zo’n 3000 bezoekers de hele tent weer plat, gaan de glazen bier als warme broodjes over de toonbank en vliegen de ballonnen, mobieltjes en fotocamera’s je om de oren.

Niet alleen die dingen vliegen je om de oren, je moet ook goed uitkijken voor grapjassen die het nodig vinden om zich te laten meevoeren met het publiek. En als je even niet oplet, voeren ze zich mee, regelrecht in jouw gezicht. Crowdsurfen en stagediven is erg geliefd en tegelijkertijd oh zo gehaat bij het concert-bezoekende publiek van tegenwoordig. Je kunt niet rustig naar je favoriete nummer van je favoriete band luisteren, of er komt weer zo’n malloot aangesurft waardoor je gedwongen bent je hoofd uit alle macht te beschermen. Voor er weer zo’n tientonner in je nek of een naaldhak in je oog zit.
Behalve dat, loert er nog een ander gevaar om de hoek. Zeggen de woorden ‘moshpit’ en ‘pitten’ je iets? Nee? Dan zou ik maar uitkijken als ik jou was. Voor je het weet springt de voorste rij schoppend, meppend, duwend en trekkend om zich heen en dan maakt het niet uit hoe toevallig je daar staat, het is toch altijd op het verkeerde moment. Als je een zwak gestel hebt of niet meer dan 60 kilo weegt, kan ik je een wijze raad geven: riskeer je leven niet.

Waar kan ik je, als gevorderd London-Calling-ganger, nog meer op attenderen? Misschien is het wel handig om te weten dat je het gebouw beter niet meer uit kunt gaan als je eenmaal je kaartje hebt laten zien. Tenminste, als je die 21 euri niet voor niks hebt willen betalen en eventueel nog wat mee wil krijgen van de bandjes. Dan is dit een best goed advies. Hou het vast, bewaar het, knoop het in je oren en vergeet het nooit meer.
Ook een leuke bijkomstigheid: Paradiso beschikt over een groot aantal stijlvolle zwartgekleurde toiletten, met een toiletdame die waakt over een reuzeschaal met zes verschillende soorten snoepjes en niet als een aasgier met één afwijkend scheef oog naar de portemonnee in je handen loert in de hoop dat daar nog iets te halen valt. Geld geven is geheel op ‘vrijwillige basis’. De toiletten heb ik overigens pas afgelopen zaterdag ontdekt. Ik zal maar niet zeggen hoeveelste bezoek dit aan Paradiso was, want dat is niet goed voor de status van mijn haar.
Overigens is het echt niet zo gevaarlijk zoals het nu misschien klinkt. De sfeer is ook een echte tip: deze is vredelievend en harmonieus. Als je bent gevallen, helpen ze je weer overeind. Als je voor de zoveelste keer een mislukte foto hebt gemaakt, waar jouw hoofd weer voor de helft op stond, bieden de mensen zich in bosjes aan om er één voor je te maken. Als je je dapper door de menigte probeert te manoeuvreren, doen ze eerbiedig een stap opzij. Heel anders dan bij een concert van je favoriete popgroep, waar de meisjes elkaar bijna wanhopig in de haren vliegen of krijsend met hun nagels je een oog uitkrabben als ze niet één stap dichter bij hun idool kunnen komen.

Tenslotte is het ook mooi meegenomen als je van swingende gitaren, blèrende stemmen, wild geram en hier en daar een elektronische noot houdt. Hiphop is uitgesloten, soul komt nooit voor en zelfs aan jazz wordt geen enkele keer gedacht als het festival weer losbarst. Waar ik het over heb is vooral pure britpop, snoeiharde indie en knetterende electro. Indien je hebt gemerkt dat je hele gezicht zich plotseling gefronst heeft in een afkeurende, minachtende blik, raad ik je ten zeerste aan je zuurverdiende geld aan iets anders uit te geven.

Kortom: ben jij wel te porren voor een feestje, krijg jij ook kriebels van dat onverstaanbare Britse accent, smelt je niet van een beetje bier en kun je wel tegen een stootje? Dan is London Calling echt iets voor jou.

Melk is goed voor elk

april 21, 2008

Toen ik vanmiddag voor mezelf een glas melk inschonk, was de maat vol. Of, om er nog maar even een jolige woordgrap tegenaan te gooien, was het de laatste druppel die mijn glas deed overlopen. Met een nijdige blik klokte ik mijn melk achterover en nog geen twee seconde later stampte ik gefrustreerd naar boven, met het lege melkpak in mijn handen.

Ik bedoel – een blauw fliebeltje? Kijkvensters? Dit vraagt toch om nader onderzoek. Met een flinke klap zette ik het betreffende exemplaar op mijn bureau. Ik staarde er een paar minuten naar, vol afgrijzen. Draaide het pak een paar keer om, in de hoop dat ik het al die tijd gedroomd had.

Toch niet.

Tegenwoordig zijn de melkpakken van de Albert Heijn voorzien van allerlei handige gadgets. Een zogenaamde blauwe ‘ring’, waarmee je het melkpak nu nóg makkelijker open krijgt. En laat ik vooral het handige ‘peilvenster’ niet vergeten, waardoor je nu live kunt bijhouden hoeveel melk je er alweer doorheen gejast hebt.

Handig, zeg je?

Ik voel me anders een complete randdebiel. Al die jaren heb ik melkpakken keurig opengevouwen, waarna ik de melk op een zeer handzame manier in mijn glas kon schenken. Niks mis mee. En dan op een mooie dag kom jij vrolijk de Albert Heijn binnen en hebben ze al die melkpakken naar de Filistijnen geholpen. Zit er opeens zo’n onhandig blauw fliebeltje aan, die je er eerder gefrustreerd vanaf trekt dan dat je het melkpak er sneller en handiger (haha!) mee open krijgt. Is ie opeens voorzien van een stel kijkvenstertjes, zodat je tegen het raampje kan kloppen en naar de melk kan zwaaien en kan vragen of het nog wel helemaal goed gaat, daar binnen.

Alsof ik te slap ben om een melkpak open te maken en er een speciaal gehandicapte-trekring voor nodig heb, omdat de melk anders alweer bedorven is eer ik er eindelijk eens wat van kan drinken. Alsof ik te lam ben om dat pak op te tillen en te schatten hoeveel er ongeveer nog in zit en of het alweer nodig is om me naar de supermarkt te moeten begeven ja of nee. Het voelt helemaal niet als een leuk bijkomstig handigheidje, eerder als een regelrechte, onsubtiele belediging.
Bovendien is het één grote bron van mileuvervuiling, al dat onzinnige plastic op plaatsen waardoor je alleen maar zin krijgt om het melkpak met een flinke zwaai in de prullenbak te keilen.

Alles moet tegenwoordig maar makkelijker, beter, sneller, mooier, handiger, zelfs de melkpakken moeten er nu aan geloven. What’s next? Straks zijn ze voorzien van een open – en dichtknopje, of leveren ze er een afstandsbediening bij. Het moet toch verdorie niet gekker worden?

Albert Heijnstein mag de volgende keer best een beetje dimmen met die briljante ideeën van ‘m.

I’m with stupid

april 16, 2008

Ik ben best naïef. Je kunt mij best veel wijsmaken. Ik geloof veel, en gauw ook. Ik kijk graag verbaasd, ben behoorlijk goedgelovig en ik sta open voor de wildste verhalen. Als je een beetje overtuigingskracht hebt, zit je bij mij geramd.

Maar wat je me onder geen beding wijs kunt maken, is dat een simpel rood shirtje met één of andere oninteressante opdruk en een vale achterkant zó exclusief is dat men daar vijfenveertig euro voor neer moet tellen.
En wat staat er dan op? Geen idee. De achterkant ziet eruit alsof iemand het wel een mooie poetsdoek vond, de opdruk is nauwelijks leesbaar en ergens in het piepklein kun je net het woordje ‘Diesel’ onderscheiden.

En wat je me al helemaal niet wijs kunt maken, is dat zo’n één of andere designer zó hard op dat shirtje heeft zitten zwoegen, tot diep in de nacht, tot in de vroege uurtjes, met zweetdruppels op z’n voorhoofd en zijn tong een stukje uit zijn mond, zonder dat hij het in de gaten had, dat ie er nu zo belachelijk veel geld voor mag vragen.
Welnee, zo’n vent zit gewoon op z’n dikke gat wat rare dingen te ontwerpen, gooit ze in de schappen – of nee, dat láát ie natuurlijk doen en vervolgens trappen we er allemaal één voor één in.

Vijfenveertig euro.

Wat voor debiel ben je dan? Je denkt toch niet serieus van: ‘Oh, wat een leuk, origineel shirt! En maar vijfenveertig euro! Die neem ik!’ Welnee. Dan rol je toch stikkend van de lach over de vloer dat je er de volgende dag nog buikpijn van hebt? Of dan ren je toch gillend naar de H&M voor net zo’n exemplaar maar dan vijftien keer goedkoper?

Maar natuurlijk bezit ik niet over zoveel overtuigingskracht, dus zijn er mensen die mij met opgeheven wijsvinger proberen te weerleggen. ‘Het gaat om de kwaliteit.’ Ja, maak dat de kat wijs.
Wat is er mis met de H&M? Oké, er zit hier en daar een steekje los. Maar daar is toch niks mis mee? Liever een steekje los in de stof van mijn shirt, dan een steekje los in mijn gezond verstand. Liever een gat in mijn shirt, dan een gat in mijn hand.

En toch, toch gaan die winkels gek genoeg niet failliet. De mensen drommen elke week weer naar binnen, graaien de vesten en shirts voor je neus vandaan, toveren hun dan nog royaal gevulde portefeuilles tevoorschijn en, ja, hoor je het al? Hoor je het geld al rollen? Die mensen achter de kassa lachen zich helemaal suf. En weer een shirt voor een belachelijke hoeveelheid geld verkocht aan zo’n randdebiel die er weer intrapte. Het werkt ook altijd. En wat dacht je van de designer himself? Die komt al helemaal niet meer bij. Oh, wat een lol.

Als het een beetje meezit, kan hij morgen die reis naar de Bahama’s al boeken.

Madame Butterfly

april 10, 2008

Als je naar hem kijkt, krijg je kriebels in mijn buik. Eigenlijk zijn het niet eens kriebels meer te noemen. Het zijn toch zo langzamerhand echte vlinders geworden. Ook al zat je dat even geleden nog hard te weerleggen, in je prille ontkenningsfase. Maar ze zijn er toch echt, die vlinders. Je kunt ze voelen. En ze blijven zich maar vermenigvuldigen, het worden er steeds meer en meer.

Oh, die vlinders. Ja, eerst gaat het nog wel. Ze fladderen wat onschuldig rond, dartelen zo hier en zo daar in je redelijk kalme buik, verdwijnen af en toe zelfs nog. Maar dat wordt steeds erger. Op een gegeven moment zijn ze standaard aanwezig, bederven ze je eetlust, ben je eigenlijk al misselijk voor je je kunt herinneren waarom je dat ook alweer moest zijn. Ze dartelen nu niet meer, maar zoeven ongecontroleerd door je arme buik, schieten alle kanten op, beuken tegen je inmiddels fel protesterende maagwand.

Maar je kunt er niks tegen doen. Dan moet hij maar niet zo onweerstaanbaar zijn. Want dat is hij. Onweerstaanbaar. Zijn hele postuur is goddelijk. Het zou verboden moeten worden. Het idee dat het niet lang meer duurt voor je hem weer kunt zien, hem kunt beroeren, maakt het dat de vlinders in je buik hondsdol worden van enthousiasme.

Oké. Nu is het mooi geweest.

Eindelijk. Met een spoortje van ongeduld (je kunt bijna niet wachten), open je je ogen. Daar is ie dan. Daar ligt ie dan. Helemaal voor jou, voor jou alleen. En even, even ben je betoverd door zijn aanblik. Zo mooi, zo teder, zo puur. Nou ja, eigenlijk is het meer melk. Met een laagje caramel. En vooral heel romig. Onweerstaanbaar.

Mijn grote liefde.
De Chocoladereep.

Na regen komt…

april 8, 2008

…Nog veel meer regen. En als ze dan toch net zo lekker bezig zijn, gooien ze er vaak nog een fikse hagelbui achteraan. Of sneeuw, als ze daar toevallig nog een voorraadje van hebben liggen. Heerlijk. Fronsend staar ik naar buiten, zittend op mijn comfortabele bureaustoel, in mijn aangenaam warme kamer, met een dampende kop thee in mijn handen. Ik heb er nu al zin in. Waarom koelt die thee niet wat sneller af? Ik kan bijna niet wachten!

Mix één gefrustreerde bui met een vleugje ironie en daar heb je het: sarcasme. Bakken vol. Met zulk weer barst ik ervan.

Nog geen tien minuten later zit ik rillend op de fiets. Bij elke hardere windvlaag schurk ik me dieper in mijn kraag. Elke druppel lijkt zich steeds gemakkelijker door mijn kleding heen te dringen. Om nog maar te zwijgen over die smerige kou. Brr.
‘Ach mens, stel je niet zo aan.’
Ik kan het ze bijna horen denken. Kunnen die gozers geen andere hobby zoeken? Kunnen ze niet wat vaker naar hun zonnige vrind stappen, er een compromis mee sluiten, of er even een ernstig woordje mee wisselen? Ik dacht dat ik koppig was, maar de zon kan er ook wat van. Hangt daar al miljarden jaren in de lucht. Maar schijnen, ho maar. Je denkt toch zeker niet dat ie z’n tijd gaat verspillen aan die paar honderd vierkante kilometer? Ben je mal. Maar hele continenten zijn dan weer geen probleem.

In principe kan ik er nog wel mee leven. Ik bedoel, dat de zon blijkbaar iets tegen ons heeft en dat die weergoden te bedonderd zijn om er iets van te zeggen, dat is toch nog daaraan toe. …Ja, en hier komt de ‘maar’: waarom dan altijd dinsdag?

Elke dinsdag is het weer zover. Ik kleed me om, doe mijn haar, loop hoopvol, terwijl ik heel zachtjes een smeekbede prevel mijn kamer in en… Twee seconde later ben ik weer een illusie armer en een teleurstelling rijker. De regen beukt tegen de ramen, de wind giert door de bomen en boven mijn hoofd vormt zich ondertussen een flinke donderwolk. Het is ook altijd hetzelfde, valse liedje. Weer dat hele roteind naar dansen, door de plenzende regen. En als de weergoden een goeie bui hebben, zit er misschien hier en daar ook nog een vlokje sneeuw tussen. Koukleumend heen, klappertandend weer terug. Elke vervloekte dinsdag weer.

Dat stelletje ongeregeld daarboven mag van mij heel gauw even een puntje in de agenda wijzigen.

‘N.B. bestellen voor komende dinsdag: een zacht briesje, een vleugje warmte, met een topping van onophoudelijk, warme zonneschijn.’

Juist. En snel ’n beetje.

Alles ist vorbei

april 4, 2008

…En scheuren maar! Eerst door midden, met een flinke rats. Dan die stukjes weer in tweeën. Ja toe maar, niet zo voorzichtig. Het is je moeder niet. Scheuren, scheuren, scheuren! Net zolang tot de stukjes te klein zijn, te klein om nog datzelfde bevredigende geluid te kunnen produceren.

Geen geluid is hemelser dan het geluid van een toetsweekrooster dat aan stukken wordt gereten.

Met elk kleiner wordend stukje voel je de frustraties en spanningen wegebben. Stukje voor stukje, beetje bij beetje. Eindelijk kun je weer normaal rondlopen, zonder eerst al je ledematen te moeten kraken voor je ook maar overeind kunt komen. Helemaal stijf van de stress.

Ja, toe maar. Laat die schouders maar zakken, leg dat wiskundeboek maar op je bureau, stop dat Geschiedenisboek ver weg en installeer jezelf voor de televisie. Laat het nou maar even rusten. Vergeet even het feit dat g=μ+z∙σ en vergeet even dat Napoleon de slag bij Waterloo verloor, die rent heus niet zomaar weg. Hij is toch al dood. Net zoals Socrates, Alkibiades, Perikles, Bismarck, Wilhelm I en meer van dat soort zelfingenomen papventjes die het nodig vonden om je na hun dood te verblijden met uiterst interessante boeken en je zo indirect aan die 5,5 uit die vorige toetsweek hielpen.

Oh ja, vergeet ook al die eventuele verschrikkelijke, onherkansbare en vooral pijnlijk lage cijfers die je misschien nog in het verschiet staan; je hebt het nu toch al verpest. Er is nu toch al geen redden meer aan, je bent nu toch al gedoemd tot permanent zakken en een leven als bouwvakker met kleffe boterhammen in de middagpauze.

Maar hoor eens, je hebt het in elk geval weer gehaald tot aan het einde van de week, ook al stond je maandagochtend op met zó’n lang gezicht dat je bang was dat je erover zou struikelen. Elke ochtend stapte je weer met je verkeerde been uit bed, dus elke keer was het weer duimen of je het wel tot het desbetreffende lokaal zou halen. Maar hé, hier ben je dan weer. Uitgeput en afgemat, maar – ho, zie ik daar een glimlachje? Braaf zo. Ik wist wel dat je het kon.

Dus leg die boeken nou maar weg, gooi ze desnoods omstebeurt in een andere hoek van de kamer, als je daar gelukkig van wordt. Zeg, is het nu nog niet tot je doorgedrongen? De toetsweek is voorbij. V-o-o-r-b-i-j. Over. Fini. Abgelaufen.

Driewerf hoezee!

?

april 1, 2008

Ik snap een boel dingen, maar er is één ding wat zelfs mijn verstand te boven gaat.

Chocolade met koffiesmaak.